Minister Donner moest van rechter beslissing nemen over gif(speel)hout maar doet dat niet
Door Nel de Best en Henk Niggebrugge
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had na datum 25 augustus 2008 van rechter mr. W.C.E. Winfield een beslissing
moeten nemen over het giftige hout, dat staat op het schoolplein van basisschool EBS-online te Eindhoven.
(zie editie 2008-08-27).
De minister had daar wettelijk 6 weken de tijd voor.
Maar minister Donner reageert na zelfs 10 weken in zijn geheel niet, terwijl:
1.
Donner dat volgens rechter mr. W.C.E. Winfield wel had moeten doen
(zie uitspraak).
2.
De arbo-wet wel degelijk geldt op een schoolplein
(zie Arbo-online.nl)
3.
Vervanging van de carcinoge (kankerverwekkende) houten palen op het schoolplein van
EBS-online te Eindhoven wel degelijk technisch mogelijk is. Op
Arbo.nl staat namelijk:

Minister Donner heeft inmiddels ook ruim de tijd gehad om te reageren en te onderbouwen dat het hout niet giftig zou zijn.
Hieronder uitleg en ontwikkelingen in onderstaand persbericht van
gemachtigde A.M.L. van Rooij:
| |

Rechter mr. W.C.E. Winfield,
op de voorgrond dhr. van Rooij tijdens de zaak op 24 juni 2008
(zie editie 2008-07-14).
N.a.v. deze zaak heeft rechter mr. W.C.E. Winfield beslist dat minister Donner een beslissing moest nemen.
(zie editie 2008-08-27)
Nu, ruim 10 weken later, heeft minister Donner dat niet gedaan.
|
PERSBERICHT
Sint Oedenrode 8 november 2008
Dit persbericht is gericht aan minister P.H. Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de hoop
dat hetgeen ondergetekende in dit persbericht heeft geschreven hem via de Media bereikt.
Dit omdat zijn juridisch medewerker mr. R. van der Wolk binnen zijn ministerie een zodanige macht
heeft weten te bewerkstelligen dat het voor ondergetekende onmogelijk is geworden om over deze problematiek
in contact te kunnen komen met mr. P.F. van Loo, directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische aangelegenheden,
die namens minister P.H. Donner daarvoor bestuurlijk en juridisch verantwoordelijk is.
De feiten zijn als volgt:
Ondergetekende heeft voor de fam. Heijmen te Eindhoven het juridische geschil gevoerd over het handelen van de
basisschool EBS-online in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet door niet over te gaan tot verwijdering van het
giftige kankerverwekkende hout vanaf haar schoolplein waardoor de kinderen van deze familie, maar ook alle andere
kinderen op die school, verplicht worden blootgesteld aan levensgevaarlijke stoffen, waaronder het uiterst
kankerverwekkende chroom VI. Voor de feitelijke onderbouw verwijzen wij u naar het artikel “Zaak gifhout op
schoolplein:minister Donner moet van rechter nieuw besluit nemen” in het Echte Nieuws van 27 augustus 2008
(lees:
www.hetechtenieuws.org/2008-08-27.php
).
Het vakblad over arbeidsomstandigheden van Kluwer heeft
daarover letterlijk het artikel geschreven (lees:
www.arbo-online.nl:80/?subject=jurisprudentie&id=189
).
Arbowet geldt ook op schoolplein
Gevaarlijke en kankerverwekkende stoffen
Op het schoolplein van een basisschool staan speeltoestellen en ander meubilair, vervaardigd van hout dat is
geïmpregneerd met chroomtrioxide en andere onbekende, zeer giftige stoffen. De vader van twee kinderen heeft
de school daarover begin 2007 aangesproken. Er gebeurt echter niets en de ouders besluiten vervolgens de kinderen
enige maanden thuis te houden.
Sinds begin 2008 zitten ze op een andere school. De vader heeft eerder de Arbeidsinspectie verzocht om handhavend
op te treden. Die heeft meegedeeld, dat dit niet mogelijk was omdat de Arbeidsomstandighedenwet of enig ander
wettelijk voorschrift op de genoemde situatie niet van toepassing is. Bezwaar tegen dit besluit is door de
minister van SZW verworpen en de vader gaat in beroep bij de (bestuurs)rechter.
Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat de aanwezigheid van gevaarlijke speeltoestellen en
ander meubilair van geïmpregneerd hout wel binnen het toepassingsbereik van de Arbowet valt.
Die wet is niet van toepassing bij activiteiten van de leerlingen, want die zijn immers geen werknemers.
Het is ook niet aannemelijk dat de geïmpregneerde houten voorwerpen op het schoolplein voor andere activiteiten worden gebruikt.
Maar aangenomen mag worden dat leerkrachten leerlingen die zich op en bij die speeltoestellen bevinden,
begeleiden. Die werkzaamheden vallen wel degelijk onder het bereik van de Arbeidsomstandighedenwet.
De kans dat de leerkrachten dan met dat giftige hout in aanraking komen is reëel.
Het beroep is gegrond en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
(Bron: Arbo-online.nl en
Rechtbank 's-Hertogenbosch, 21 augustus 2008, LJN BE9383)
|
In deze uitspraak AWB 07/3657 heeft de rechtbank beslist dat minister P.H. Donner van SZW een nieuw
besluit dient te nemen met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
Omdat minister P.H. Donner geen hoger beroep heeft aangetekend tegen deze uitspraak van de rechtbank,
betekent dat die voor hem onherroepelijk is geworden. Ingevolge artikel 7:10 Algemene wet bestuursrecht
is minister Donner van SZW dan ook wettelijk verplicht om uiterlijk zes weken na
verzending van deze uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit te nemen. De rechtbank heeft deze
uitspraak AWB 07/3657 op 25 augustus 2008 verzonden. Betreffende zes weken zijn daarmee op 6 oktober 2008 verstreken.
Dit betekent dat minister Donner van SZW daarmee het maximaal wettelijke termijn, waarbinnen hij een nieuw besluit
had moeten nemen, heden met maar liefst bijna vijf weken heeft overtreden. Ondergetekende heeft hierover en over
een daarmee samenhangende zaak het ministerie van SZW gebeld en werd daarbij doorgewezen naar een zekere
mr. R. van der Wolk. Omdat de heer van der Wolk daarover niet inhoudelijk met ondergetekende wenste te
communiceren vroegen wij hem ons door te verbinden naar
mr. P.F. van Loo, directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische aangelegenheden,
die namens minister P.H. Donner daarvoor bestuurlijk en juridisch verantwoordelijk is.
Dat weigerde hij echter. Diverse telefonische pogingen daarna belanden allemaal bij de mijnheer
van der Wolk met als gevolg dat het voor ondergetekende onmogelijk werd hierover in contact te
komen met de verantwoordelijke directeur mr. P.F. van Loo. De consequenties daarvan zijn als volgt:
In een nieuw besluit, met in achtneming van hetgeen de rechtbank in haar uitspraak
AWB 07/3657 heeft overwogen, zal minister P.H. Donner een nieuw besluit moeten nemen overeenkomstig
de Arbeidsomstandighedenwet. Over kankerverwekkende stoffen schrijft
het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij Arboportaal vanuit de Arbeidsomstandighedenwet
letterlijk het volgende voor:
Kankerverwekkende stoffen
Blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene stoffen (= Carcinogene, Mutagene en Reproductietoxische stoffen –
ook wel CMR -stoffen) kunnen effect hebben op de gezondheid van uw werknemers. Carcinogene stoffen kunnen kanker
veroorzaken of de kans op kanker vergroten. Een voorbeeld van deze stof is asbest.
Mutagene stoffen kunnen het erfelijk materiaal veranderen. Mutageniteit geeft een eerste aanwijzing dat een stof
kankerverwekkend of reprotoxisch kan zijn.
Reprotoxische stoffen zijn schadelijk voor de vruchtbaarheid en de voortplanting. Een voorbeeld hiervan is lood.
Kankerverwekkende stoffen herkent u aan de risicozinnen R45 of R49, mutagene stoffen aan R46 en reproductietoxische
stoffen krijgen R60 of R61.
Wat moet?
Omdat het werken met CMR-stoffen ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid moet u een aparte registratie
bijhouden van deze stoffen.
U moet kankerverwekkende stoffen zoveel mogelijk vervangen door minder schadelijke alternatieven.
Ook als er geen of weinig risico is op blootstelling.
Als werkgever bent u verplicht uw werknemers tegen CMR-stoffen te beschermen volgens de arbeidshygiënische strategie.
Daarbij moet u op de volgende wijze en volgorde te werk gaan:
• Eerste niveau: Werken met kankerverwekkende en mutagene stoffen moet in een gesloten ruimte gebeuren.
• Tweede niveau: Afzuigen van verontreinigde lucht bij de bron.
• Derde niveau: Werknemers zoveel mogelijk afschermen van kankerverwekkende stoffen door gerichte technische maatregelen.
• Vierde niveau: Leveren deze maatregelen onvoldoende resultaat? Dan moet u persoonlijke beschermingsmiddelen uitdelen.
Markeer ruimten waar gewerkt wordt met kankerverwekkende stof. Als er kans is dat werknemers met kankerverwekkende
stof in aanraking komen, moet u voor elke medewerker de hoeveelheid meten waaraan een werknemer gemiddeld
wordt blootgesteld op de werkplek. Registreer welke werknemers met kankerverwekkende stoffen werken
U moet werknemers voorlichten over kankerverwekkende stoffen, de risico’s en hoe ze veilig kunnen werken.
U moet een medewerker vooraf gezondheidskundig laten onderzoeken. Daarna hebben medewerkers recht op een
periodiek gezondheidskundig onderzoek.
De werkgever moet doeltreffende middelen gebruiken om kankerverwekkende stoffen en afval met kankerverwekkende
stoffen risicovrij te vervoeren en te verwerken.
Als u werkt met CMR-stoffen moet u een calamiteitenplan opstellen. Iedereen in het bedrijf moet weten hoe bij
een calamiteit te handelen.
En tenslotte: wanneer CMR-stoffen in uw bedrijf voorkomen, dan moet u een aanvullende RI&E voor deze stoffen hebben.
Wat mag?
U mag kankerverwekkende stoffen gebruiken wanneer aantoonbaar is dat vervanging technisch niet mogelijk is.
Wat helpt?
• Gebruik zo min mogelijk kankerverwekkende stof en liever tabletten dan poeders om verstuiving te voorkomen.
• Laat zo weinig mogelijk medewerkers met kankerverwekkende stof werken.
Werk zorgvuldig en schoon.
• Zorg voor speciale werkkleding en kledingberging. Voorkom dat werknemers de kleding meenemen naar huis.
• Zorg voor voldoende wasgelegenheid: was en doucheruimte met warm water, zeep en schone handdoeken, verwarming en ventilatie.
• Stel bedrijfsregels en procedures op: bijvoorbeeld niet eten, drinken en roken op de werkplek. Zie toe op naleving.
(Bron: arbo.nl)
|
Hiermee is feitelijk komen vast te staan dat de Arbeidsomstandighedenwet aan het schoolbestuur
van EBS-online, maar ook aan alle andere schoolbesturen en besturen van kindercrèches in Nederland, wettelijk het volgende voorschrijft:
Wat moet?
U moet kankerverwekkende stoffen zoveel mogelijk vervangen door minder `
schadelijke alternatieven. Ook als er geen of weinig risico is op blootstelling.
Wat mag?
U mag kankerverwekkende stoffen gebruiken wanneer aantoonbaar is dat vervanging technisch niet mogelijk is.
(Bron: arbo.nl)
|
Op grond van deze onherroepelijk uitspraak van de rechtbank is minister
P.H. Donner van SZW op grond van de Arbeidsomstandighedenwet dan ook wettelijk verplicht een nieuw
besluit te nemen waarbij door hem wordt beslist dat het schoolbestuur van EBS-online al het geïmpregneerde
hout van haar schoolplein als gevaarlijk afval zal moeten laten verwijderen. Dit des te meer omdat er veel
vervangende producten zonder dat kankerverwekkende gif op de markt te koop zijn, waaronder kastanje en/of
acacia houten palen en producten die zonder dat kankerverwekkende gif minstens even lang goed blijven.
Daarmee zou dan tevens onherroepelijke jurisprudentie ontstaan dat al het geïmpregneerde hout op (basis)scholen,
kindercrèches, e.d. in Nederland vanuit de Arbeidsomstandighedenwet om veiligheidsredenen moet worden verwijderd
en verwerkt als gevaarlijk afval.
De geïmpregneerde kinderspeeltoestellen en overig geïmpregneerd hout dat is toegepast binnen (basis)scholen, kindercrèches,
e.d. in Nederland bevatten veelal:
- òf zeer hoge concentraties kankerverwekkend chroomtrioxide (chroom VI) en arseenzuur en andere onbekende zeer
giftige, giftige, schadelijke of bijtende chemische stoffen;
- òf zeer hoge concentraties kankerverwekkend chroomtrioxide (chroom VI) en andere onbekende zeer giftige,
giftige, schadelijke of bijtende chemische stoffen;
Dit kankerverwekkende geïmpregneerde hout is vanaf omstreeks 1992, veelal gestimuleerd met grote bedragen aan
overheidssubsidie,
toegepast binnen veel (basis)scholen, kindercrèches, e.d. Dit betekent dat de kinderen in
Nederland daardoor vanaf 1992 (en nog steeds) in hoge mate zijn blootgesteld aan in ieder geval de kankerverwekkende
stoffen chroomtrioxide (chroom VI) en arseenzuur.
Wetenschappelijk is bekend dat de kankerverwekkende effecten op mensen als gevolg van blootstelling aan
kankerverwekkende stoffen ontstaan 5 tot 40 jaar na de eerste blootstelling.
Dit verklaart waarom heden kanker bij kinderen van 2 tot 12 jaar doodsoorzaak een is geworden.
(zie link)
Ondergetekende houdt zijn hart vast voor de komende jaren en maakt zich zeer grote zorgen over onze toekomstige generatie.
Omdat ondergetekende door juridisch medewerker mr. R. van der Wolk van het Ministerie van Sociale
zaken wordt geblokkeerd om hierover in contact te komen met mr. P.F. van Loo, directeur Wetgeving,
Bestuurlijke en Juridische aangelegenheden, die namens minister P.H. Donner daarvoor bestuurlijk
en juridisch verantwoordelijk is, rest ons niets anders meer dan hierover dit persbericht te laten
uitgaan met het verzoek aan alle media die dit persbericht ontvangen het door te sturen aan minister
P.H. Donner, zodat daarmee met een nieuw te nemen besluit minister P.H. Donner van SZW aan het
massaal vergiftigen van onze kinderen met de meest kwalijke kankerverwekkende stoffen als
chroomtrioxide (Chroom VI) en arseenzuur een einde maakt.
Een kopie hiervan hebben wij verstuurd aan de burgemeester R. van Gijzel van Eindhoven die
graag een einde wil maken aan de vergiftiging van deze kinderen binnen de basisschool
EBS-online en andere scholen in Eindhoven maar dat niet kan omdat door toedoen van juridisch
ambtenaar mr. R. van der Wolk verantwoordelijk minister P.H. Donner van SZW tot op heden nog
steeds geen nieuw besluit heeft genomen, waartoe die op grond van bovengenoemde onherroepelijk
uitspraak van de rechtbank wettelijk verplicht is.
Voor meer informatie over dit persbericht kunt u terecht bij het Ecologisch Kennis Centrum.
Tel: 0413-490387/Fax: 0413-490386 /e-mail: a.vanrooij1@chello.nl
Ad van Rooij
Ecologisch Kennis Centrum B.V.
|
Zie ook:
Vervolg zaak gif(speel)hout: Hoger beroep bij Raad v. State 4 nov. 2008
Zaak gifhout op schoolplein: minister Donner moet nieuw besluit nemen
Zaak gifhout op schoolplein: Niemand neemt verantwoordelijkheid
Schuldig voor thuishouden kinderen na plaatsen gifhout op schoolplein
Gevolg afschaffing Actio Popularis: Zaak gif(speel)hout perfect voorbeeld
Waarom achter gesloten deuren? Belanghebbend bij gif(speel)hout?
Diverse overtredingen door Rechtbank in gifzaak speelhout
Waarom gesloten deuren tijdens zaak gif-klokkenluider?
Pers en publiek mogen niet bij zaak gif-klokkenluider zijn
Van Rooij moet uitleggen waarom hij in gif-zaak nog belanghebbende is
GGD Arts adviseerde geïmpregneerd hout basisschool EBS te vervangen
Giftige palen eruit? Ontwikkelingen schoolplein EBS Eindhoven
Schoolplein in Eindhoven vol gif
De (gif)bewijzen tot nu toe
|