Zaak gifhout op schoolplein: Niemand neemt verantwoordelijkheid
Door Nel de Best en Henk Niggebrugge
DEN BOSCH - Veiligheidskundige en klokkenluider
Van Rooij
vindt dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Donner) verantwoordelijk is voor
het gifhout op het schoolplein van basisschool EBS te Eindhoven.
Daar ging de zaak op 24 juni j.l. in de rechtbank van Den Bosch over.
Minister Donner kijkt niet naar de bewijzen
of het hout op het schoolplein toxisch is of niet, de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag en zegt:
"ik ben gewoon niet bevoegd".
De minister was niet tijdens de zaak aanwezig en vindt dat hij niet bevoegd is tot handhaving (verwijderen van gifhout).
Dit omdat het uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever zou zijn geweest speeltoestellen buiten de Arbo-wet te houden.
Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Die kinderen spelen. Die verrichten toch geen arbeid?"
VIDEO
WAAROM VINDT VAN ROOIJ DONNER VERANTWOORDELIJK?
Het hout op het schoolplein van EBS online te Eindhoven zijn geen schommels, speelhuisjes of klimrekken, het zijn
gif-uitlogende houten
palen
die bij elkaar in de grond zijn gezet. Leerkrachten, die zeker onder de Arbo-wet vallen, komen daar ook mee in aanraking.
Veiligheidskundige Van Rooij: "Toen de familie Heijmen hun kinderen voor
het eerst naar de school EBS online lieten gaan stond betreffend geïmpregneerd hout er nog niet.
Dit geïmpregneerd hout is een jaar later geplaatst. De Arbeidsomstandighedenwet schrijft voor dat voorafgaand
aan de plaatsing binnen de terreingrenzen van de school er eerst een risico-inventarisatie
en evaluatie (RI&E) had moeten worden uitgevoerd."
Van Rooij: "N.a.v. onderzoek naar de in en op het hout aanwezige chemische stoffen en gebruiksomstandigheden
(spelende kinderen) en op basis van de resultaten van die risico-inventarisatie
en evaluatie had na instemming met de medezeggenschapsraad van deze basisschool pas beslist moeten worden
of deze geïmpregneerde palen hadden mogen worden geplaatst.
Het bestuur van EBS online heeft de opdracht voor het plaatsen van deze geïmpregneerde palen verstrekt aan een bedrijf
zonder daarbij aan dat bedrijf (voorafgaande aan de plaatsing) een risico- inventarisatie en evaluatie te hebben geëist.
Daarmee heeft volgens Van Rooij het bestuur van basisschool EBS online zeer nadrukkelijk
de Arbeidsomstandighedenwet overtreden en vindt dat minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervoor
verantwoordelijk is.
OMGEKEERDE WERELD
Stel er zouden palen van asbest op het schoolplein staan.
Dan zou hoogstwaarschijnlijk direkt het schoolplein afgezet worden, en mannen met witte pakken zouden het asbest verwijderen.
Vervolgens zou men gaan kijken welk bedrijf verantwoordelijk is geweest voor het produceren en in de markt brengen van die palen.
De hoge verwijderingkosten als gevaarlijk afval zou vervolgens op dat bedrijf worden verhaald.
Maar met dit hout, geïmpregneerd met Chroom VI en andere onbekende giftige stoffen, en volgens diverse (milieu)organisaties
in de officiële classificatie gevaarlijker
dan asbest (zie editie 2007-08-11)
gaat het andersom: Eerst wordt er gekeken of er wel een verantwoordelijkheid is.
Naar de bewijzen
dat kinderen, ouders en leerkrachten risico lopen op carcinogene (kankerverwekkende) effecten wordt in dit stadium blijkbaar niet gekeken.
Van Rooij:
"Houtimpregneerbedrijf Van Swaay te Schijndel
(zie editie 2007-11-02)
die dit geïmpregneerde hout heeft geproduceerd
en op de markt heeft gebracht wordt door alle betrokken overheden de handen boven het hoofd gehouden.
De minister van VROM heeft al op 19 augustus 1996 aan een ander houtimpregneerbedrijf in Noord Brabant
een brief geschreven dat de
houtimpregneerders zelf aansprakelijk zijn voor verontreiniging van lucht, water en bodem door
het uitlogen van giftige stoffen uit geïmpregneerd hout en daarmee ook voor de gezondheidsschadelijke
gevolgen voor de kinderen die daardoor met die stoffen in aanraking komen."
(zie bewijs-editie 2007-10-14)
Van Rooij: "Ondanks al deze bewijzen
mogen de Nederlandse houtimpregneerbedrijven van de landelijke en lokale
politiek gewoon doorgaan met de productie en op de markt brengen van dit hout met carcinogene (kankerverwekkende) eigenschappen.
Ook worden zij op de milieu- en gezondheidsschadelijke gevolgen daarvan juridisch niet aangesproken
ondanks bovengenoemde brief van de minister van VROM.
Intussen blijft de vergiftiging van kinderen, ouders en leerkrachten met o.a. het goed in water oplosbare uiterst
kankerverwekkende chroomtrioxide (chroom VI) gewoon doorgaan."
HOUT STAAT ER NOG STEEDS
Intussen staat het hout er nog steeds, ondanks dat de minister van VROM onlangs nog heeft medegedeeld dat hout
wat is volgeperst (geïmpregneerd) met Chroomtrioxide (Chroom VI) en andere onbekende giftige stoffen zelfs
als gevaarlijk afval beschouwd moet worden.
In deze zaak zijn intussen al vele documenten aangebracht die
bewijzen dat het hout giftig is en niet op een schoolplein zou mogen staan.
Rechters luisteren wel naar datgene wat Van Rooij vertelt, maar er gebeurt niets.
MINISTER BEVOEGD OF NIET?
De enige vraag die rechter mr. W.C.E. Winfield zal moeten beantwoorden is of de minister zich terecht
tot het standpunt heeft gesteld dat hij niet bevoegd is om iets te kunnen doen.
Overigens liet mr. Winfield weten dat minister Donner zich niet heeft uitgelaten over het punt dat het hout inderdaad giftig zou zijn.
Mr. Winfield: "De minister heeft nog helemaal niets gezegd over dat het toxisch is of niet,
de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag. Die zegt, ja.. ik ben gewoon niet bevoegd."
Mr. Winfield gaat over de zaak nadenken en zijn best doen om binnen 6 weken (vanaf 24 juni)
uitspraak te doen. Die termijn zou wegens de vakantieperiode nog met 6 weken verlengd kunnen worden.
WIE IS ER WEL VERANTWOORDELIJK ALS DONNER DAT NIET IS?
Als de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet verantwoordelijk is,
wie is er dan wel verantwoordelijk voor het feit dat kinderen, leerkrachten en ouders op het schoolplein in aanraking komen met
uitlogende giftige stoffen? (bestrijdingsmiddelen).
Dit schreef het CTB (tegenwoordig CTGB)
, die het impregneermiddel Celfix heeft toegelaten, in een brief aan Van Rooij:
Dit zou volgens van Rooij betekenen dat in ieder geval de volgende vier ministers verantwoordelijk zijn voor de toelating
van het bestrijdingsmiddel "Celfix" waarmee Van Swaay het binnen de basisschool EBS online gebruikte hout heeft geïmpregneerd:
1) De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) 2) De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) 3) De minister van Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) 4) De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)
SZW VINDT ZICHZELF NIET VERANTWOORDELIJK
Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt niet dat hij verantwoordelijk is en
zegt niet iets over het wel of niet toxisch zijn van het hout,
de minister stopt al bij de bevoegdheidsvraag en zegt: "ik ben gewoon niet bevoegd".
VROM VINDT ZICHZELF OOK NIET VERANTWOORDELIJK
Volgens Van Rooij heeft de minister van VROM, om onder deze verantwoordelijkheid uit te komen, bij brief
van 20 mei 1992 de "circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven"
aan alle houtimpregneerbedrijven en de daarbij horende gemeenten en besturen laten uitgaan.
Daarin staat het volgende geschreven: Zie bewijs-editie: 2007-08-02
HOE KAN DIT MAAR DOORGAAN?
Van Rooij:
"Geen enkel van bovengenoemde vier verantwoordelijke ministers en betrokken besturen van gemeenten,
waterschappen en/of provincies durft de veroorzaakte milieu en gezondheidsschade neer te leggen bij de
veroorzakende houtimpregneerbedrijven zoals de minister van VROM al ruim 12 jaar geleden heeft geschreven
in haar brieven van 21 februari 1995 en
19 augustus 1996."
Waarom niet? Van Rooij: "De houtimpregneerbedrijven
(en de chemische industrie die op deze wijze hun levensgevaarlijk afval kunnen dumpen)
zullen hoogstwaarschijnlijk dan een civiele zaak starten tegen de Staat der Nederlanden.
De betreffende houtimpregneerbedrijven hebben namelijk gewerkt met een milieuvergunning van betrokken lokale besturen
die is opgesteld overeenkomstig de door minister van VROM bij brief van
20 mei 1992 afgegeven
circulaire
betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven."
FOUTJE?
Volgens het CTGB zouden de ministers van VROM, LNV, VWS en SZW samen verantwoordelijk moeten zijn
maar er is, doordat er een aantal jaren geleden voor gekozen is chemisch/gevaarlijk afval te impregneren in hout
(zie bewijs 1 en 2)
, een situatie ontstaan waardoor niemand verantwoordelijk lijkt te willen zijn.
Dhr. Juffermans van De
Kleine
Aarde schreef het al in 1992:
"Er is een aantal jaren geleden een foutje gemaakt in Den Haag. Ze hebben toegestaan dat er op grote schaal uiterst
giftige afvalstoffen, met o.a. arseen en chroom, afkomstig van de metaalindustrie, in zachte houtsoorten kan worden gestopt,
het is een vorm diffuus dumpen van gevaarlijk chemisch afval.
De stoffen zijn kankerverwekkend en mutageen, hetgeen betekent dat ze tot misvormde kinderen kunnen leiden."
De pleitnotitie die voorgelezen werd door dhr. van Rooij (doc. bestand aanklikbaar).
Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Het valt mij op dat u heel erg de nadruk legt op het giftig zijn van die speeltoestellen,
maar de minister zegt dat de wet Arbo niet van toepassing is op deze situatie -
Die kinderen spelen, die verrichten toch geen arbeid?"
Dhr. van Rooij: "Ouders en al die leerkrachten komen ook met het hout in aanraking.
Om hier op die manier onderuit proberen te komen vind ik eigenlijk een juridische truc"
Rechter mr. W.C.E. Winfield: "Volgens minister Donner is het uitdrukkelijk de bedoeling
geweest van de wetgever die speeltoestellen buiten de Arbo-wet te houden"
Dhr. Heijmen: "We hebben het hier niet over speeltoestellen, we hebben het over een aantal geïmpregneerde rijen houten palen die in de grond staan."
Minister Donner (of zijn vertegenwoordiger) van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
was niet op komen dagen. Lege stoelen dus.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kwam niet.
Maar keek, net als het ministerie van Justitie, wel naar Het Echte Nieuws volgens de
teller van Motigo
(Zie printscreen).
Vier ministers zijn volgens het CTB verantwoordelijk voor de toelating van het bestrijdingsmiddel "Celfix"
(info over Celfix zie editie
2007-01-28 )
waarmee Van Swaay het binnen de basisschool EBS online gebruikte hout heeft geïmpregneerd (aanklikbaar).
Maar geen van allen neemt verantwoording.