Antwoorden gif-speel-hout: Hoelang kan VROM nog geloofwaardig blijven?
Door Henk Niggebrugge en Nel de Best
Er zijn intussen antwoorden van de Minister van VROM n.a.v. de
vragen (zie editie 2008-03-10)
gesteld door de PVV over geïmpregneerd speelhout. (zie ook petitie 2007-12-15)
Hieronder eerst enkele bewijsbare opmerkingen n.a.v.
deze (PDF)
antwoorden van VROM:
DOCUMENTEN NIET MEER VAN BELANG
Voordat de Minister op de vragen ingaat, merkt zij op dat de in de vragen aangehaalde documenten niet meer van belang zijn.
Vroeger waren deze aangehaalde documenten blijkbaar wel van belang.
Maar daar reageerde de Minister van VROM nooit op.
Zie hier bewijs.
(zie ook editie 2007-07-30)
RIVM ONDERZOEK
In vraag 2 wordt gewezen naar een RIVM onderzoek i.o.v. de VROM inspectie.
Dat onderzoek geeft aan dat kinderen die spelen op CCA hout een verhoogt risico lopen op carcinogene (kankerverwekkende) effecten.
Zie hier bewijs (editie 2007-07-27)
De Minister van VROM gaat hier in zijn geheel niet op in.
HET VERTROUWEN VAN CTGB
De Minister verwijst in "antwoord" 3 en 11 naar het Ctgb (vroeger CTB) maar:
Het CTB overtreedt zwaar de Wet (Editie 2007-09-17)
Het CTB adviseerde al in 1998 geïmpregneerd hout te verbieden (2007-09-19)
de zwart gemaakte namen uit beoordeling CTB zijn achterhaald (2007-09-21)
Het CTB, overheid en bedrijven zwijgen al 15 jaar.. (2007-09-22)
Het hoofd van het CTB heeft al in 1992 beslist dat... (2007-09-22-B)
Secretaris D. de Jong van het CTB stond aan het hoofd van... (2007-09-23)
HOUTIMPREGNEERDER TISSEN DUMPTE GIF IN HOUT
In "antwoord" 7 schrijft de Minister van VROM dat men houtimpregneerbedrijf Tissen regelmatig gecontroleerd heeft.
Maar Tissen bedoelde het dumpen van gif landelijk.
In antwoord 6 schrijft VROM:
"Verwerking in de vorm van producthergebruik, materiaalhergebruik en andere vormen van nuttige
toepassing of verwijderen door verbranden is niet toegestaan."
Toch is dat veelvuldig gebeurd en gebeurt nu nog steeds, zie bijv:
Gemeente Boxtel laat gif-hout verbranden (editie 2008-03-21)
Van gevaarlijk afval tot groene stroom (editie 2007-04-20)
En dat is precies wat houtimpregneerder Tissen bedoelde. (2007-10-13)
Overigens zegt VROM zelf dat emissie van zwarte lijst stoffen optreden in de gebruiksfase door uitspoeling en afspoeling.
Zie bewijs
in editie 2007-09-22.
Ook dat is precies wat Tissen bedoelde.
COLLUSIE
In antwoord 10 zegt de Minister van VROM dat zij bekend is met de brief van criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk.
Zie editie 2007-08-30.
Maar vervolgens gaat de Minister van VROM in zijn geheel niet in op de brief van criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk
WAAR IS HET GIF GEBLEVEN?
Antwoord 11 verwijst naar antwoord 3 en 4 en zegt niets over het feit dat er intussen al miljoenen verboden lijst
stoffen in het milieu zijn gedumpt.
Zie ook het artikel van Pamela Hemelrijk.
Bijna elk detail uit dit artikel is intussen te bewijzen d.m.v. al de eerder geplaatste bewijzen.
Nog meer opmerkingen zijn hieronder uit de tekst te halen maar dat zou een opsomming worden van bijna alle
al eerder
geplaatste bewijzen.
| |

VROM

De antwoorden van de Minister van VROM. (PDF)

Volgens RIVM onderzoek in het jaar 2004 i.o.v. de VROM inspectie
lopen kinderen die spelen op CCA hout een verhoogt risico op carcinogene (kanker verwekkende) effecten.
Hier gaat de Minister van VROM in zijn geheel niet op in.

De Minister van VROM is wel bekend met de brief
(editie 2007-08-30)
van criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk maar gaat daar in zijn geheel niet op in.
|
VRAGEN VAN PVV, ANTWOORDEN VAN VROM
Onderstaande tekst staat in PDF en op:
minfin.nl/2008/kamerstukken,2008/4/28/kst117864.html
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 bestond er bij de fractie van de PVV behoefte
een aantal vragen ter beantwoording voor te leggen aan de minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over haar brief van 4 februari 2008 inzake gezondheidsrisico’s
van geïmpregneerde speeltoestellen (Kamerstuk 31 200 XI, nr. 88).
De op 11 maart 2008 toegezonden vragen zijn met de door de minister bij brief van 23 april 2008
toegezonden antwoorden, voorzien van een inleiding, hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Smeets
De griffier van de commissie,
Teunissen
Inleiding
Bij brief van 11 maart 2008 zond de griffier van de vaste commissie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport mij naar aanleiding van een schriftelijk overleg over het hierboven vermelde
onderwerp ter beantwoording enige vragen van de leden van de PVV-fractie. Voordat ik op die vragen
inga, merk ik op dat de in de vragen aangehaalde documenten niet meer van belang zijn in verband met
allerlei Europese ontwikkelingen met betrekking tot de regelgeving voor middelen voor het verduurzamen
van hout en verduurzaamd hout. Van die ontwikkelingen is de Kamer hetzij bij brief hetzij in algemene
overleggen of door middel van het beantwoorden van Kamervragen op de hoogte gebracht.
VRAAG 1
Heeft het betreffende aangeboden geïmpregneerde kinderpicknicksetje een plek gekregen in
de in het Kamergebouw gevestigde kindercrèche? Zo neen, waarom niet? Zo ja, waarom wel?
ANTWOORD
Het is niet aan mij om na te gaan of het bewuste speeltoestel al dan niet in de in het gebouw van
de Tweede Kamer gevestigde kindercrèche is geplaatst. Ik ben niet verantwoordelijk voor aanschaf
en plaatsing van materiaal voor bedoelde crèche.
VRAAG 2
In uw kabinetsreactie schrijft u dat de Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms) de invoer, de handel
en het gebruik van met CCA-behandeld hout voor toepassingen waarbij gevaar van herhaald huidcontact
bestaat verboden is sinds 9 juni 2004.
Tevens blijkt uit onderzoek in 2004 van de VROM-inspectie dat
wanneer kinderen met geïmpregneerde speeltoestellen van CCA-hout spelen dermate bloot worden gesteld
(via huidcontact met afveegbaar residu op de speeltoestellen, met verontreinigde grond onder de
speeltoestellen, via orale blootstelling via ingestie van bodemdeeltjes en door het aflikken van de handen)
dat het de maximaal toelaatbare Risiconiveau (MTR) waarde van chroom VI ver te boven gaat2.
U schrijft verder in uw kabinetsreactie dat genoemd Besluit op 16 november 2007 zodanig gewijzigd is dat met arseenverbindingen
behandeld hout mag worden gebruikt tot het einde van zijn levensduur maar dat alle toepassingen van wolmanzouten
in speeltoestellen na 9 juni 2004 niet meer zijn toegestaan. Is er reeds gestart met het verwijderen van al die
speeltoestellen van CCA-hout? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe vordert dat? Hoeveel speeltoestellen van CCA-hout
zijn er landelijk gezien op dit moment nog in gebruik?
ANTWOORD
Het Besluit met arseenverbindingen behandeld hout Wms, dat strekt tot strikte implementatie van de Europese
Arseenrichtlijn, eist niet dat alle bestaande toepassingen van met CCA-behandeld hout moeten worden verwijderd.
In tegendeel zelfs, de op het moment van inwerkingtreding van dat besluit bestaande toepassingen mogen tot het
einde van hun levensduur worden gehandhaafd. Vanaf de inwerkingtreding van dat besluit mogen geen nieuwe van
CCA-hout vervaardigde speeltoestellen meer op de markt worden gebracht, verhandeld en in gebruik worden genomen.
Er vindt dan ook geen verwijdering plaats van speeltoestellen die van CCA-hout vervaardigd zijn,
tenzij men dat op vrijwillige basis doet.
VRAAG 3
Klopt het dat het betreffende spiksplinternieuwe geïmpregneerde kinderpicknicksetje dat is aangeboden niet vervaardigd
is van CCA-hout maar van CC-hout? Klopt het dat in CC-hout het chroom VI gehalte hoger is dan in CCA-hout omdat het
geen arseen bevat en dat in het genoemde onderzoek van de VROM-inspectie nu juist de aanwezigheid van Chroom VI een
verhoogd risico op carcinogene effecten, zowel bij volwassenen als kinderen kent? Zou het niet beter zijn CC-hout
eveneens te verbieden? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dat bewerkstelligen?
ANTWOORD
Ook het risico van het gebruik van CC-hout is getoetst door het Ctgb in de toelatingsbeoordeling.
Ik verwijs in dit verband verder naar mijn brief van 4 februari 2008 (TK 31 200 XI, nr 88).
Overigens wijs ik er op dat toenmalig Minister Pronk naar aanleiding van door het CTB genomen besluiten
tot beëindiging van de toelatingen voor koperverbindingen voor het behandelen van hout, een ontwerpbesluit
waarin verbodsregels waren opgenomen voor het invoeren, verhandelen, aan een ander ter beschikking stellen
en het gebruiken van met koperverbindingen behandeld hout, in procedure heeft gebracht. Dat ontwerpbesluit
voorzag niet alleen in een verbod voor CCA-hout, maar ook in een verbod voor CC-hout. Dat ontwerpbesluit is
in het kader van de notificatie bij de Europese Commissie, mede in verband met de totstandbrenging van de
Europese Arseenrichtlijn, op bezwaren gestoten. Bovendien is als gevolg van een juridische procedure bij
het Hof van Justitie naar aanleiding van de CTB-besluiten de afronding van de notificatie aangehouden.
VRAAG 4
Klopt het tevens dat betreffend CC-hout naast chroom VI grote hoeveelheden onbekende zeer giftige, giftige,
bijtende of schadelijke stoffen (waaronder kankerverwekkende stoffen) bevat, waarvan niemand weet om welke
stoffen het gaat? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat is uw reactie op het bijmengen van onbekende zeer giftige,
giftige, bijtende of schadelijke stoffen? Bent u bereid om onderzoek te doen naar het bijmengen van deze onbekende stoffen?
Zou het om deze reden niet beter zijn al het geïmpregneerde hout voor kinderspeeltoestellen te verbieden?
Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dat bewerkstelligen?
ANTWOORD
De samenstelling van de middelen is bekend bij het CTGB en de toelatingsbeoordeling dekt de risico’s van het gehele middel.
De VROM-Inspectie is reeds belast met het toezicht op een correcte toepassing van houtverduurzamingsmiddelen.
Wat een algemeen verbod voor het gebruik van geïmpregneerd hout voor kinderspeeltoestellen betreft, verwijs
ik naar het antwoord op vraag 3. In het verlengde daarvan merk ik nog op dat momenteel wordt nagegaan of en
in hoeverre ten aanzien van CCA-hout een verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 95, lid 5, EG-Verdrag bij
de Europese Commissie zal worden gedaan voor een algeheel verbod van dat hout. Een dergelijk verzoek moet onder
meer zijn voorzien van een wetenschappelijke risicoanalyse in relatie tot specifieke omstandigheden die zich in
ons land voordoen. Verder zal de notificatie van het ontwerpbesluit met koperverbindingen verduurzaamd hout worden
teruggenomen teneinde dat ontwerpbesluit, maar dan beperkt tot met koper en koper-chroomverbindingen behandeld hout
opnieuw ter notificatie aan de Europese Commissie voor te leggen.
VRAAG 5
Klopt het dat in het Kamergebouw gevestigde crèche de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing is? Klopt het dat
voorafgaande aan het gebruik van het aangeboden geïmpregneerde kinderpicknicksetje van CC-hout op scholen of
crèches vanuit de Arbeidsomstandighedenwet wettelijk een risico-inventarisatie en -evaluatie moet zijn uitgevoerd
naar de risico’s van de gebruikte chemische stoffen door een erkende Arbodeskundige? Een dergelijk wettelijk
verplichte risico-inventarisatie en-evaluatie van een hogere veiligheidskundige is bij de petitie gevoegd, wat
is uw inhoudelijke reactie op die evaluatie?
ANTWOORD
De Arbeidsomstandighedenwet bepaalt dat de werkgever zorgt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers
inzake alle met de arbeid verbonden aspecten. Indien de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing is,
vallen risico’s van chemische stoffen bijvoorbeeld in crèches onder deze zorgplicht van de werkgever,
die daartoe onder meer een risico-inventarisatie en -evaluatie opstelt.
Ik beschik niet over informatie over specifieke crèches. Ik kan dan ook de toepasselijkheid van de bij
de genoemde petitie overgelegde risico-inventarisatie en -evaluatie op een bepaalde crèche niet inhoudelijk
beoordelen. Verder verwijs ik naar miijn brief van 4 februari 2008 (TK 2007–2008, 31 200 XI, nr. 88) over de
mogelijke gevaren van met wolmanzout geïmpregneerde speeltoestellen voor kinderen.
VRAAG 6
Bent u bekend met het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986–1990 waarin arseen als een
zwarte lijststof voor water, bodem en lucht en chroom VI als een zwarte lijststof voor lucht staat
opgenomen en dat in het milieu brengen ervan vanwege hun milieuschadelijke eigenschappen veelal in internationaal
verband via een maximale brongerichte aanpak met de best bestaande techniek (niet via hout dumpen dus) al vanaf
1986 had moet worden voorkomen3 ? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat is uw reactie op het feit dat dit in 2008
kennelijk nog steeds niet adequaat gebeurt onder meer doordat het voornoemde Besluit op 16 november 2007 werd
gewijzigd waardoor met arseenverbindingen behandeld hout mag worden gebruikt tot het einde van zijn levensduur?
ANTWOORD
Ja, met genoemd programma ben ik bekend. Ik wijs erop dat, zoals terecht wordt aangehaald dat daarbij is gesteld
dat de milieuschadelijke eigenschappen van dat hout in internationaal verband via een maximale brongerichte aanpak
met de best bestaande techniek moeten worden voorkomen. In de Europese Arseenrichtlijn is met het oog daarop bepaald
dat hout alleen in industriële installaties met arseenverbindingen mag worden behandeld door middel van vacuüm- of
druktechnologie en dat het behandelde hout moet worden aangemerkt als gevaarlijk afval dat bij verwijdering moet
worden afgevoerd naar een erkende verwijderaar. In Nederland mag CCA hout alleen gestort worden. Verwerking in de
vorm van producthergebruik, materiaalhergebruik en andere vormen van nuttige toepassing of verwijderen door
verbranden is niet toegestaan.
VRAAG 7
Bent u bekend met de brief d.d. 17 juli 1996 van houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. aan de
Vaste Kamercommissie VROM over CCA-hout waarin betreffend bedrijf de minister persoonlijk op de hoogte bracht
van het feit dat dit bedrijf met het product «gewolmaniseerd hout» jaarlijks ongeveer 16 000 kg arseenzuur en
19 000 kg chroomtrioxide (chroom VI) diffuus in de compartimenten water, bodem en lucht van ons leefmilieu brengt4, 5 ?
Zo neen, waarom niet?
ANTWOORD
Ja, ik ben met die brief bekend. In de betreffende brief maakt de directeur van het bedrijf kenbaar dat hij de wet
willens en wetens overtreedt en dat hij de Regionaal Inspecteur daar verantwoordelijk voor stelt.
Dat is volledig onterecht. In zijn brief (zie vraag 8) geeft de Regionaal Inspecteur namelijk aan dat niet VROM
het bevoegd gezag is, maar de gemeente. De Regionaal Inspecteur heeft het bedrijfsmilieuplan dan ook ter beoordeling
doorgestuurd aan de gemeente.
Afgezien daarvan is de directeur van een bedrijf altijd zelf verantwoordelijk voor het zorgvuldig werken (zorgplicht
op grond van de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming) en voor het uitsluitend gebruiken van toegelaten middelen.
Die eigen verantwoordelijkheid ligt altijd bij het bedrijf, ongeacht of een Regionaal Inspecteur of een Gemeente zijn
bedrijfsmilieuplan invult. In de periode 1989–2002 is het bedrijf en zijn rechtsopvolger 8 maal door de gemeente, de
brandweer en de milieudienst gecontroleerd. In die periode zijn er geen overtredingen geconstateerd die handhavend
ingrijpen noodzakelijk maken. De kleine overtredingen zijn altijd direct opgelost.
Ook de toenmalige Inspectie van de Volksgezondheid voor de hygiëne van het milieu voor Noord-Brabant heeft het
bedrijf regelmatig gecontroleerd in het kader van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. Ook daarbij zijn geen overtredingen
geconstateerd die tot handhavend optreden hebben geleid.
VRAAG 8
Bent u bekend met de brief d.d. 21 februari 1995 van de Regionaal Inspecteur van de Volksgezondheid voor de
Milieuhygiëne voor Noord-Brabant, die namens de minister van VROM heeft geantwoord dat impregneerbedrijf
Carl Tissen Import Export B.V. volledig aansprakelijk is voor alle schade gedurende de gebruiks- en afvalfase
als gevolg van het door dit bedrijf geproduceerde geïmpregneerde hout en dat niet het CTB maar B&W van de Gemeente
Luyksgestel (heden: Bergeyk) aan impregneerbedrijf Carl Tissen Import en Export B.V. de milieuvergunning hebben
verleend voor het fabriceren van gewolmaniseerd hout6 ? Zo ja, wie moeten deze enorme milieu- en gezondheidsschade betalen?
Wie is er verantwoordelijk als mensen als gevolg van deze stoffen ziek worden?
ANTWOORD
Ja, ik ben bekend met die brief. In die brief geeft de Regionaal Inspecteur aan dat de gemeente bevoegd gezag is
voor de Wet milieubeheer-vergunning van het bedrijf. Door de gemeente is een vergunning verleend voor het impregneren
van hout met wolmanzouten. In de vergunning is aangegeven welke middelen het bedrijf mag toepassen. In die vergunning
wordt verder aangegeven wat er moet gebeuren met het productieafval.
VRAAG 9
Wordt CCA-hout in Nederland thans nog steeds vervaardigd, ingevoerd, uitgevoerd, gebruikt dan wel toegepast?
Zo ja, waarom? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, hoe controleert u dat?
ANTWOORD
Ik verwijs naar mijn antwoord op vragen van het lid van uw kamer Van Velzen (SP) (Kamerstukken II, 2006–2007
Aanhangsel van de Handelingen, 1469).
VRAAG 10
Bent u bekend met de brief van 21 juni 1993 van criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk aan de hoofdofficier van
justitie mr. C.R.L.R.M. Ficq van het arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch waarin hij tot de conclusie komt
dat met het impregneren van hout sprake is van collusie «Poisoning for Profit» waarbij de belangen van de overheid
en het bedrijfsleven (houtimpregneerbranche) parallel lopen en dat een werkelijke uitweg pas in zicht komt wanneer
de kwestie serieus wordt onderzocht en dat ter wille van de bestrijding van collusie het verzoek is gedaan dat er
(in 1993) met een onderzoek wordt begonnen7 ? Deelt u de mening dat een dergelijk onderzoek moet worden gedaan?
Zo ja, per wanneer kunnen we de uitkomsten van dat onderzoek verwachten? Zo neen, waarom niet?
ANTWOORD
Ja, die brief is mij bekend. Sedert 1993 hebben de nodige onderzoekingen plaatsgehad naar de mogelijke gevolgen
van met koperverbindingen behandeld hout. Onderzoekingen van het RIVM en het CTB hebben uiteindelijk geleid tot de
beëindiging door het CTB van de toelatingen voor koperverbindingen voor het behandelen van hout. Daarbij is uitgegaan
van de criteria van de Europese Biocidenrichtlijn die in ons land in eerste instantie was omgezet in de Regeling
milieutoelatingseisen niet-landbouwbestrijdingsmiddelen. Naar aanleiding van die beëindiging heeft toenmalig Minister
Pronk het ontwerpbesluit met koperverbindingen verduurzaamd hout Wms in procedure gebracht. Dat besluit was nodig om
te voorkomen dat met koperverbindingen verduurzaamd hout via een ander land weer in ons land zou kunnen worden ingevoerd.
CTB-besluiten hebben namelijk geen effect op de invoer van met koperverbindingen verduurzaamd hout.
Zie verder het antwoord op vraag 3.
VRAAG 11
Klopt het dat wanneer er vandaag nog wordt gestopt met het vervaardigen, gebruiken, verhandelen dan wel
toepassen van CCA-hout en CC-hout, er grote hoeveelheden van deze uiterst giftige en kankerverwekkende
stoffen waaronder chroom VI en arseen via water, bodem en lucht in ons milieu terecht zijn gekomen waarvan het,
vanwege hun milieuschadelijke eigenschappen, al vanaf 1986 via een maximale brongerichte aanpak met de best
bestaande techniek (niet via hout dumpen dus) had moeten worden voorkomen? Is de schade als gevolg hiervan wel
te overzien? Zo ja, hoe weet u dat? Is er verder onderzoek nodig om risico’s voor de volksgezondheid te kunnen
inschatten dan wel met een plan van aanpak te komen deze schade te beperken? Zo neen, waarom niet?
ANTWOORD
Zie het antwoord op vraag 3 en 4.
|
Zie ook:
Schuldig voor thuishouden kinderen na plaatsen gif(speel)hout op schoolplein (video)
Reactie van VROM op petitie, vragen daarover van PVV
Petitie aan Tweede Kamer tegen geïmpregneerde speeltoestellen
Nationale Actiedag 11 December
Wat gaan deze mensen doen met een geïmpregneerd kinderzitje?
Groep bezorgde ouders op stap met houten kinderspeelsetje
Op bezoek bij houtimpregneerder
(Impregneerder van dit hout)
Giftige palen eruit? Ontwikkelingen schoolplein EBS Eindhoven
Schoolplein in Eindhoven vol gif
Alle bewijzen tot nu toe over (de gevaren van) geïmpregneerd hout
|