Vervolg op het artikel
Onthullend nieuws vanuit Bananenrepubliek Nederland
De inhoudelijke behandeling op
4 juni 2007 om 11.00 uur bij de
Raad van State kan niet doorgaan
Wraking van de Staatsraden mr. W. Sorgdrager, mr. J.R. Schaafsma en mr. J.H. van Kreveld in
zaaknummer 200606603/1 vanwege belangenverstrengeling?
Door ing. Ad van Rooij van het Ecologisch Kennis Centrum B.V.
Als vervolg op het artikel
Onthullend nieuws vanuit Bananenrepubliek Nederland - Groningen spant de kroon?
vindt u bijgevoegd het verzoek om wraking van 2 juni 2007 dat namens mw.
J.J. Jager is uitgegaan aan de wrakingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State (
zie bijlage
). Met de inhoud van die bijlage is feitelijk glashelder geworden dat er bij de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vanwege politieke verstrengelingen, nevenfuncties
van staatsraden bij andere rechtbanken, verzwegen nevenfuncties van met name staatsraad mr. W. Sorgdrager
en verstrengelingen met het Koninklijk Huis er in Nederland op het hoogste bestuursrechtelijke niveau geen
onafhankelijke rechtspraak meer mogelijk is in die zaken waar sprake is van onrechtmatige verrijking van de
overheid door collusie “Poisoning for Profit” via dekmantelbedrijven als Jager Onroerend Goed en Beheer B.V.
te Midwolde.
Uit bijgevoegd verzoek om wraking d.d. 2 juni 2007 van de staatsraden mr. W. Sorgdrager, mr. J.R. Schaafsma
en mr. J.H. van Kreveld in zaaknummer 200606603/1 (zie bijlage) kan geen andere conclusie meer worden
getrokken dan dat de huidige Nederlandse politiek aan deze ontstane alles vergiftigende “polderdictatuur?” zelf
geen einde meer kan maken.
|
|

Mr. J.R. Schaafsma

Mr. W. Sorgdrager

Mr. J.H. van Kreveld
|
Zowel de landelijke, provinciale en lokale politiek zijn ten minste al 14 jaar lang volledig in de greep van
bovengenoemde collusie "Poisoning for Profit". Al op 21 juni 1993 schreef criminoloog Prof. dr. F. Bovenkerk
daarover letterlijk het volgende aan de hoofdofficier van Justitie Mr. C.R.L.R.M. Ficq in 's-Hertogenbosch
(zie:
www.sdnl.nl/irm-24.htm
en
www.sdnl.nl/nvvk.htm
):
Geachte heer Ficq.
In deze brief wil ik mijn instemming betuigen met het door U (vanaf 26 februari j.l,:
Uw kenmerk: Kab. 01/5068/93) voorgenomen onderzoek naar aanleiding van hetgeen door Ing.
A.M.L. van Rooij te Sint Oedenrode naar voren is gebracht over milieucriminaliteit en het
impregneren van hout. Ik ben niet bij machte om de kwestie op haar chemische merites te beoordelen,
maar herken wel criminologisch interessante aspecten die mogelijkerwijs bij Uw beoordeling een rol kunnen spelen.
De vraag waarmee van Rooij mij benaderde luidde:
Is hier sprake van georganiseerde misdaad?
Het antwoord op deze vraag hangt uiteraard af van de inboud die we dit begrip willen geven.
Als we het systematisch gebruik van fysiek geweld als maatstaf nemen, nee: dan (nog) niet.
Als we letten op patronen van samenwerking tussen malafide ondernemers (of ondernemers met een malafide sector)
en de overheid, dan wel. Op grond van enkele gesprekken en kennisname van onderdelen van diens zeer
uitvoerige dossier, kom ik tot de slotsom dat van Rooij met tenminstc twee regelmatigheden te maken
heeft die ook in de literatuur blijken. De eerste heeft betrekking op grote milieudelicten.
Bij welhaast geen modern delict is de rol van bezorgde burger zo belangrljk als hier.
Erg onhvikkeld is die waakhondfunctie bij ons nog niet, tenminste als we die vergelijken met de Verenigde Staten.
In de literatuur (zie o.a. A.A. Block & F. Scarpitti: Poisoning for Profit. 1985) blijkt dat dit
proces altijd begint bij het hardnekkig drijven van nogal bijzondere eenlingen.
Zij proberen medestanders voor hun standpunten te winnen, maar ondervinden geduchte weerstand van
de bedrijven of de branche waarop zij zich ricbten. Ze worden genegeerd, voor ondeskundig uitgemaakt,
hun motieven worden verdacht gemaakt en ze worden geďntimideerd. Uit zijn relaas maak ik op dat de
heer van Rooij thans ook ruimschoots met het laatste te maken heeft.
De tweede herkenning geldt de houding van de overhcid. Bij georganiseerde misdaad denkt men vaak
aan regelrechte omkoping of chantage van ambtenaren. maar dat hoeft geenszins het geval te zijn.
Vaak komt het voor dat malafide bcdrijven samengaan met de overheid omdat hun belangen parallel
lopen en een probleem wordt opgelost. In de criminologische literatuur wordt dat verschijnsel collusie
genoemd (zie dr G. van de Heuvel, Onderhandelen of straffen, 1983).
Van Rooy's hypothese dat in het onderhavige geval enkele bedrijven met het impregneren van hout een
milieudoelstelling van de overheid tegemoet kwamen en dat men onder de vorige minister van VROM een
convenant heeft gesloten; dat nu gebleken is dat het impregneren in feite gevaar oplevert; dat men
toch niet op de afspraak terugkomt omdat er te veel aan goodwill en prestige is geďnvesteerd. Dit
alles komt mij voor als geloofwaardig.
Ik word in dat geloof gesterkt door de categoriscbe afwijzing van eerst minister Alders en nu minister
Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten. Begrijpen kan men het wel.
Van Rooij is uiterst vasthoudend en komt steeds met nieuwe correspondentie. Naar de mate waarin hij meer
gelijk heeft is dat voor degenen die zijn correspondentie beantwoorden des te vervelender.
Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht. Ter wille van de
bestrijding van collusie is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.
Hoogachtend,
Prof. dr. F. Bovenkerk
(criminoloog)
|
Mr. C.R.L.R.M. Ficq heeft tot op heden (na maar liefst 14 jaar) nog steeds niet op dit verzoek van
criminoloog. prof. dr. Bovenkerk gereageerd. Als waardering daarvoor is hij vanaf 1 januari 2000 raadsheer
bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waar door hem deze collusie "Poisoning for profit" strafrechtelijk kan
worden afgedekt, hetgeen tot op de dag van vandaag ook daadwerkelijk gebeurt.
Een werkelijke uitweg komt pas in zicht als na 14 jaar bovengenoemde brief d.d. 21 juni 1993 van criminoloog.
prof. dr. Bovenkerk door de huidige hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch
als volgt wordt beantwoord:
- dat ter wille van de bestrijding van collusie in Nederland vanuit buiten Nederland (Europol ?)
daadwerkelijk met een strafrechtelijk onderzoek wordt begonnen;
- dat de resultaten van dat strafrechtelijke onderzoek worden meegenomen in de beslissing van
wrakingskamer in het verzoek om wraking van de staatsraden mr. W. Sorgdrager, mr. J.R. Schaafsma en
mr. J.H. van Kreveld;
- dat de behandeling van het verzoek om wraking van de staatsraden mr. W. Sorgdrager, mr. J.R.
Schaafsma en mr. J.H. van Kreveld door de wrakingskamer van de Raad van State wordt aangehouden tot
minimaal zes weken nadat de resultaten van dat strafrechtelijk onderzoek (vanuit buiten Nederland)
bekend zijn.
|